
Onlangs las ik De Goede Moeder van Anna van den Breemer, en ik was bijzonder gecharmeerd door dat boek. Deze voor mij onbekende auteur heeft eerder enkele non-fictie boeken geschreven. Haar laatste twee boeken zijn thrillers: Het Perfecte Zusje (2023) en De Schaduwvrouw (2025). Deze laatste kreeg onlangs een herdruk heeft gekregen, compleet met een andere cover en zelfs een andere, mijns inziens veel betere, titel: De Goede Moeder (2026). Beide boeken spelen zich af in Deventer, waar de schrijfster woont met haar gezin. Ons gesprek vindt plaats op een gezellig terras in Deventer, vlak bij haar woning.
Deventer is geen veel voorkomende locatie voor een thriller. Vanwaar deze keuze?
“Sinds een tijdje woon ik hier met mijn gezin. Het is prettig om locaties te beschrijven van plekken die je goed kent. Ik kom hier niet vandaan. Net als de hoofdpersoon in Het Perfecte Zusje ben ik geboren en getogen in Zeist. Daarna voor studie naar Amsterdam getrokken en daar gebleven. Toen ik in 2013 Eus leerde kennen [R: haar man, schrijver en tevens bekend als presentator van een televisieprogramma over boeken], heeft hij het geprobeerd om bij mij in Amsterdam te komen wonen. Maar dat vond hij afschuwelijk. Na een jaartje zijn we samen in 2015 naar Deventer getrokken waar hij vandaan komt. Dat was een beetje op de proef, kijken of ik hier kon aarden. [lachend] Gelukkig was dat zo. Ik vind het een mooie stad met een mooi historisch centrum. Kleine steegjes, oude huizen, heel pittoresk, sprookjesachtig. Dat gebruik ik op die manier ook in mijn boeken. Het bevalt ons beide hier heel goed. Hier zijn ook onze kinderen geboren. Met een gezin is het leven hier fijner dan in Amsterdam. Het is minder gejaagd. Het lijkt alsof je meer tijd in een dag hebt. Er is minder te doen, maar dat vind ik ook fijn. Hier heb ik meer rust, juist ook om te schrijven. Ik werk nog veel in Amsterdam dus ik kom er nog regelmatig, maar die rust als ik naar huis terugkeer is heerlijk. De feesten en borrels met collega auteurs mis ik slechts ten dele. Het is goed om wat afstand te creëren met andere schrijvers om zo aan je eigen stem en onderwerpen te werken. ”
Hoe was het om op te groeien in Zeist?
[aarzelend] “Ik ben opgevoed in een antroposofisch milieu. Net als de personages uit Het Perfecte Zusje heb ik zelf óók op de vrije school gezeten. Het is fijn dat je er best wel breed onderwijs krijgt, niet alleen rekenen en taal maar ook veel kunstzinnige vakken. Die jaarfeesten en creatieve vakken neem ik nu ook in de opvoeding van mijn eigen kinderen mee. Maar ik heb het als benauwend ervaren dat er zulke rechtlijnige ideeën bestaan over wat “het Goede” is. Wat er in de opvoeding goed is en hoe je met kinderen omgaat. Vanuit een soort superioriteit van de antroposofen, maar zonder het als zodanig te benoemen. Je krijgt er geen grip op. Die wereld ken ik heel goed en dat heb ik gebruikt in mijn boek. Ik heb op zich een fijne jeugd gehad, maar heb geen warme herinneringen aan Zeist zelf.”
De hoofdpersoon in De Goede Moeder is journalist, net als jij.
“Na mijn studie was mijn eerste baan bij de krant [R: de Volkskrant] en daar werk ik nog steeds. Momenteel zit ik bij de wetenschapsredactie en daar schrijf ik psychologische verhalen met heel praktische onderwerpen waar iedere lezer wel tegenaan loopt. Een voorbeeld is een artikel over hoe je minder kunt oordelen over mensen. Een ander onderwerp ging over hardnekkige familiepatronen. Iedereen die terugkeert naar huis wordt bijvoorbeeld weer de clown net als vroeger.“

In jouw boeken zijn die familiepatronen ook heel duidelijk aanwezig. Het hoofdpersonage in De Goede Moeder, Sascha, wil het totaal anders doen dan haar eigen moeder, maar ondertussen verwijt ze zichzelf dat ze geen goede moeder is.
“Sascha is alleen door haar moeder opgevoed. Deze had een eigen carrière en heeft haar dochter verwaarloosd. Tenminste, zo ervaart Sascha dat.”
Je schrijft over haar moeder dat deze “opkwam voor onderdrukte meisjes, maar vergat dat ze thuis een kind had zitten dat haar ook nodig had.”
“Ik denk dat je zo’n patroon van actie-reactie best vaak ziet. Dingen uit je eigen jeugd die je niet fijn vond wil je compenseren, waardoor je ook weer de andere kant op kunt schieten. Sascha heeft de dringende behoefte om er “te zijn” en niet steeds buitenshuis te zitten zoals haar moeder. Maar op het eind van het boek komt ze er achter dat er alléén voor die kinderen te zijn haar niet gelukkig maakt. Dat je toch ook voor je eigen doelen en ambities moet gaan.”
Het is vaak zo dat je een leukere moeder bent als je ook nog iets ernaast bent.
“Ja, je hebt gewoon interesses. Daar krijg je ook energie van. Maar wat ik in het boek heb willen schetsen, is dat veel stellen/koppels wel de wens hebben om het gelijk te verdelen. Het traditionele idee van de man werkt en de vrouw zit thuis is veel minder in trek dan vroeger. Maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Sascha zegt op een gegeven moment tegen Victor, haar man: hoe is dit gebeurd? Jij had toch een papa dag vroeger? We hadden een bepaald idee en gaandeweg is die oude verdeling er toch ingeslopen.
Er zijn gewoon bepaalde krachten die een vrouw een bepaalde kant op drukken. Niet alleen door haar man maar ook door de omgeving. Ik laat Sascha tegen haar man zeggen dat hij meer een leuke oom voor hun kinderen is, die dan meegaat naar voetbal. Dat oneerlijke gevoel dat die vader, als hij er is, dan leuke dingen met de kinderen gaat doen, en er heel veel complimenten voor krijgt, terwijl de vrouw de zorgtaken toebedeeld krijgt. Die zijn niet per se leuk, maar wel zwaar. Niemand ziet ze en je krijgt geen complimentjes.”
Ik heb trouwens genoten van je boek, Anna. In een heerlijke stijl schets je een mooi, klein en spannend verhaal met, zoals je zegt, heel herkenbare personages. Als lezer geloof je het en ga je er helemaal in mee. Het uitgangspunt in De Goede Moeder is heftig. Sascha wil haar baby uit zijn bedje halen na het middagslaapje en dan blijkt hij verdwenen te zijn. Hoe kwam je bij dit uitgangspunt?
“Toen één van mijn kinderen een jaar of drie was, liepen we door de stad. Opeens was hij weg. De paniek die je dan voelt als moeder zal me altijd bijblijven. Je gaat volkomen onlogische dingen doen; ik was helemaal overstuur. Normaliter ben ik een erg rustig persoon, een koele kikker zeg maar. Maar op dat moment was ik helemaal de weg kwijt. Ongelooflijk wat het met je doet als je je kind kwijt bent. Gelukkig vond ik hem weer terug. Dat gevoel heb ik gebruikt bij het schrijven van dit boek.”
Ik moet denken aan die zaak van Madeleine McCann.
“Ja, die zaak van lang geleden. [R: 2007]. Ze hebben iemand opgepakt, maar het meisje is nooit gevonden. Heel vreemd. Die ouders waren ergens eten met vrienden, terwijl hun dochtertje alleen in haar bedje lag te slapen en daar niet meer in lag toen de ouders thuis kwamen. Ik heb die documentaire gezien. Als je ziet hoe de wereld daar mee aan de haal gaat…”
Het is prachtig hoe jij in jouw boek het alibi van de moeder langzaam afpelt. Eerst verklaarde ze dat ze op een ligstoel in de tuin was. Daarna dat ze wellicht even in slaap was gevallen. Later bleek dat ze toch even weg was geweest. Het wordt steeds erger. Jij zegt hiermee dat het menselijk geheugen onbetrouwbaar is.
“Heel onbetrouwbaar. In het verhoor met de politie vindt ze het heel moeilijk om alles terug te halen. Elke gebeurtenis van seconde tot seconde willen ze weten. Dan haal je gemakkelijk dingen door elkaar. Maar het is zelfs zo dat je belangrijke dingen anders herinnert dan ze werkelijk gebeurd zijn.”

Of hoe iemand anders ze ervaren heeft.
“Ja, en ook de bedoelingen zijn anders. Haar man, Victor, kun je als lezer veroordelen omdat hij zijn vrouw volgt met een tracker. Maar aan de andere kant kun je het ook zien als bezorgdheid vanwege haar mentale problemen. Wat is iemands bedoeling en hoe interpreteer je dat. Dat vind ik interessante vragen. Ik voel mijzelf vooral thuis bij de meer subtielere thrillers met onderhuidse spanning, verhoudingen tussen mensen, wat er kan broeien, in plaats van eindeloze moorden, politieagenten en bloed.”
Hoe kwam je terecht bij uitgeverij Prometheus?
“Vóór deze twee thrillers heb ik drie andere boeken bij Prometheus uitgegeven. De eerste was een biografie van Ivanka Trump. Dan hebben we het over 2018. Ik kende Mai [R: Spijkers, eigenaar van de uitgeverij] al via mijn man. Trump had zich toen net verkiesbaar gesteld. Bij een borrel vertelde ik dat ik al jaren diens dochter, Ivanka, volgde. Ik heb haar een paar jaar daarvoor ontmoet op een feestje en ben haar blijven volgen. Mai vond het een goed idee als ik dat ging uitdiepen en een biografie over haar zou gaan schrijven. Het was een heel lichtvoetig idee, maar zo is het begonnen. Daarna nog twee opvoedkundige boeken. Mijn droom was al veel langer om fictie te schrijven. En omdat ik de uitgeverij al kende en er al drie boeken had uitgegeven, kreeg ik snel het groene licht om wat nieuws te gaan proberen. Heel erg leuk.”
In je boek besteed je best veel aandacht aan het uiterlijk van vrouwen. Je beschrijft een van hen met een Thigh gap, iets waar andere vrouwen een moord voor zouden doen.
“Voor een vrouw is het schoonheidsideaal, hoe je er moet uitzien, best dwingend. Bijvoorbeeld na een zwangerschap dat je dan al die kilo’s weer kwijt moet zijn. Mannen zouden verbaasd zijn als ze weten hoeveel gedachten een vrouw over haar uiterlijk heeft. En hoeveel tijd en moeite ze daar aan besteedt. Helemaal wanneer ze ouder wordt. Ergens is dat heel zonde, je kunt ook je tijd en gedachtes op andere zaken richten. Daar kan ik best feministisch in zijn. Maar toegegeven, ik doe het zelf ook.
Jouw schrijfstijl is heel subtiel. Onderwerpen als seks benoem je niet plat, maar deze worden meer met een rondtrekkende beweging beschreven. Ga je dat expres een beetje uit de weg?
“Niet zozeer expres, maar ik houd zelf meer van iets subtieler met ruimte voor de lezer om dingen in te vullen, dan dat het allemaal heel letterlijk, eindeloos wordt beschreven. Ik wil graag zó schrijven dat de lezer daar zijn eigen invulling aan kan geven. Ieder boek is ook weer anders. Ik ben nu voorzichtig begonnen met mijn derde thriller. Het moederschap dat eerder vrij centraal stond, laat ik nu wat meer los. Dat heeft veel te maken met de levensfase waarin ik nu zit. [lachend] Al die baby’s, het zal allemaal wel. Mijn kinderen zijn 8 en 10 jaar oud. Die babyfase heb ik wel gehad. [lachend] Het is tijd voor iets anders.”
Roelant
Boekencast

